TRENDS

Divers / Geschiedenis




Hoe burgers de politieke elite besturen
2008/11/29 in VK p.K5 door Peter Giesen

Tot voor kort werd aangenomen dat de burgerij in de Gouden Eeuw machteloos stond tegenover de elite. Dat ligt ietsje anders. Ook de Gouden Eeuw kende haar 'burgerjournalistiek'. In het rampjaar 1672, lang voor de introductie van internet met zijn blogs en discussiefora, werd Nederland overspoeld met pamfletten, vaak geschreven door ontevreden burgers die de regenten aanklaagden wegens verwaarlozing van de landsverdediging. De stem van de burgers klonk luid en grimmig. De opruiende taal van de pamflettisten droeg bij aan de moord op raadspensionaris Johan de Witt en zijn broer Cornelis in augustus 1672. De historicus Michel Reinders promoveerde deze week aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam op Printing Pandemonium, een onderzoek naar de pamfletcultuur van de 17e eeuw. (...) De gebeurtenissen van 1672 leidden tot een koortsachtig publiek debat, waarbij de Republiek werd overspoeld door naar schatting een miljoen pamfletten. Historici namen doorgaans aan dat de meeste pamfletten uit het kamp van Oranje of De Witt kwamen, van bovenaf ingestoken om 'het volk' tegen de andere partij op te hitsen. Reinders concludeert echter dat veel pamfletten door burgers zelf zijn geschreven. De meeste van deze pamflettisten sympathiseerden met Oranje, maar waren niet aan hem gelieerd. (...) (...) (...) 'Als een regent het verbruid had, kon zijn hele familie uit de regentenstand vallen. Omgekeerd was het ook mogelijk om van burger tot regent op te klimmen.' Bovendien moesten regenten zich verzekeren van steun onder de bevolking. 'Bij burgers moet je niet aan 'het volk' denken, maar aan een bovenlaag van zo'n 30 tot 40 procent van de bevolking, met burgerrechten en –plichten. Ze genoten economische en juridische voordelen, maar moesten ook belasting betalen en helpen bij de verdediging van stad, provincie of Republiek.' (...) De broers werden niet vermoord door 'het grauw', zoals vaak is aangenomen, maar door gerespecteerde burgers, zegt Reinders. 'Bij de lynchpartij zat ook orde in de chaos. Het eerste lichaamsdeel van Johan de Witt dat werd losgerukt, was zijn rechterwijsvinger. Daarmee had hij in 1667 het Eeuwig Edict ondertekend, dat bepaalde dat de prins van Oranje geen stadhouder van Holland meer kon zijn.'


Mannen stammen meestal af van jagers
2008/10/20 in NRC p. door Jop de Vrieze

Van de huidige Nederlandse mannen stamt 80 procent af van de eerste jagers-verzamelaars die in de laatste IJstijd (ca 25.000 jaar geleden) in Europa leefden. De overige 20 procent is een nazaat van boeren die pas zevenduizend jaar geleden vanuit het Midden-Oosten Europa koloniseerden. Dat concludeert Peter de Knijff, hoogleraar humane genetica in Leiden, op basis van een studie naar het Y-chromosoom van ruim tweeduizend mannen uit heel Nederland. (...) Uit het onderzoek blijkt dat de binnentrekkende boeren indertijd in Nederland nauwelijks voet aan de grond hebben gekregen. Duitse mannen stammen veel meer af van de boerenkolonisten, maar in Nederland werden de oorspronkelijke jagers en verzamelaars kennelijk niet vervangen door boeren van buiten. Hier leerden de jagers zelf landbouw en veeteelt. In de IJstijd werd onder meer op mammoets gejaagd. Het maakt verder in gedrag of lichaamsbouw niks uit of een man van jagers afstamt of van boeren, aldus De Knijff. Karaktereigenschappen komen voort uit gewone stukken DNA, die je wél van vader én moeder krijgt. Die stukken worden bij elke overerving door elkaar gehusseld.


Het dna van alle mensen (dat erg op elkaar lijkt)
2008/10/11 in VK p.K01 door Ben van Raaij

Waar stond de wieg van de mens en hoe heeft hij zich over de wereld verspreid? Geneticus Spencer Wells leidt een ambitieus project omde hele stamboom van de mensheid in kaart te brengen. Via het dna. (...) Waarom zijn die inheemse groepen zo belangrijk? 'Omdat hun dna de beste informatie biedt. Zij hebben – anders dan de meeste moderne mensen – nog een band met hun voorouders en de plaats waar ze vaak al heel lang wonen. Je hebt groepen in Zuid-India die daar waarschijnlijk al vijftigduizend jaar leven. Hun markers hebben dus geografische context.' (...) Wereldwijd vervagen genetische sporen van onze voorgeschiedenis zo in hoog tempo, zegt Wells. 'Er is culturele massa-extinctie gaande. We verliezen elke twee weken een taal. Veel inheemse groepen worden in hun voortbestaan bedreigd doordat mensen naar de steden trekken en oplossen in de bredere bevolking. Dat is het lot van de 21ste-eeuwse mens: op te gaan in één mondiale multi-etnische genenpool. We worden op den duur allemaal Tiger Woods. Een goede zaak voor het antiracisme, een slechte zaak voor de genetica.' (...) (...) Zulke klimaateffecten spelen bij veel migraties een rol.' Heeft Wells intussen al een antwoord op de vraag waar het mee begon: waarom mensen zo verwant zijn en toch zo verschillend? 'Wie het weet, krijgt de Nobelprijs. Maar ik heb wel wat ideeën. Dat ons dna zozeer overeenkomt, lijkt het gevolg van het feit dat de mens zeventigduizend jaar geleden bijna is uitgestorven. We stammen af van een populatie van hooguit tweeduizend individuen en zijn dus allemaal familie van elkaar.' Waarom dan zoveel uiterlijke verschillen? 'Ik zie drie oorzaken. Genetische drift, zeg maar: toevallige mutaties. Evolutionaire aanpassing, bijvoorbeeld via huidskleur aan het klimaat. En seksuele selectie: lokale voorkeuren voor aantrekkelijkheid vertalen zich op den duur in fysieke variatie.' Migratieroutes reconstrueren via dna (...) The Genographic Project is een non-profit initiatief van National Geographic Society, computergigant IBM, die de bio-informatica verzorgt, en de filantropische Waitts Foundation, die het veldwerk betaalt. Het 5-jarig project, dat in 2005 van start is gegaan, wordt geleid door dr. Spencer Wells, geneticus en 'Explorer in Residence' van National Geographic. Hij schreef onder meer The Journey of Man – A Genetic Odyssee (2002) en Deep Ancestry: Inside the Genographic Project (2007). Info: www.national- geographic.com/ genographic


(Nederland) Fundament voor The Empire (Engeland)
2008/06/28 in VK p.K7 door Peter Giesen

(...) CV 1944 Geboren in Londen 1973 Ph.D in wetenschapsgeschiedenis, Cambridge 1976 Docent Engels, Cambridge 1989 Hoogleraar Renaissance Studies, Queen Mary College, Londen. Schreef boeken over Erasmus, Hooke, Wren, Willem van Oranje. 2008 Voorzitter van de Britse autoriteit voor embryologie en vruchtbaarheid (...) Ook in Nederland en Engeland lijkt de invasie van 1688 uit het collectieve geheugen verdwenen. Toch trok stadhouder Willem III in dit jaar met een enorme troepenmacht naar Londen. De Engelse koning Jacobus II sloeg op de vlucht. Willem en zijn vrouw Mary Stuart, een dochter van Jacobus, werden vervolgens tot koning en koningin van Engeland gekroond. (...) 'Uit sommige zaken blijkt ook heel duidelijk dat de Nederlandse actie van 1688 een echte invasie was. Twee jaar lang hebben Nederlandse soldaten alle belangrijke gebouwen van Londen bewaakt. In die tijd was het Engelse troepen verboden binnen 20 mijl van de hoofdstad te komen.' Lisa Jardine, hoogleraar aan het Queen Mary College van de universiteit van Londen, was vorige week in Nederland ter promotie van haar boek Gedeelde weelde, hoe de 17de eeuwse Nederlandse cultuur Engeland veroverde en veranderde (uitgeverij De Arbeiderspers). De oorspronkelijke Engelse titel is veel duidelijker en provocerender: Going Dutch, how England plundered Holland's glory. Het Britse Empire is gebouwd op een Nederlands fundament, betoogt Jardine. In 1688 was Engeland blut. De expansie van het Britse rijk werd pas mogelijk nadat Willem en andere welgestelde Nederlanders hun rijkdommen naar Londen hadden gebracht. Minstens zo belangrijk was de commerciële en intellectuele invloed van de Republiek. (...) Als jonge wetenschapper werd Jardine 'verliefd' op Nederland, net als haar goede vriend Simon Schama. 'We waren beide van joodse afkomst en we vonden Nederland heel open en tolerant, vergeleken bij het toenmalige Engeland, waar klasse en etnische afkomst een veel grotere rol speelden', zegt ze. Na de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh heeft het imago van het progressieve, ontspannen en immer tolerante landje een flinke knauw gekregen. 'Er is veel leedvermaak: waar blijven die Nederlanders nou met hun tolerantie? Maar ik vind het hier nog altijd toleranter dan in Engeland, waar in elke straat twee beveiligingscamera's hangen en je 42 dagen zonder aanklacht kunt worden vastgezet in naam van de vrijheid.'(...) Niettemin was de inval in Engeland primair een zet in een Europees machtsspel. De Zonnekoning Lodewijk XIV bedreigde de Republiek met zijn expansionistische politiek. In 1685 werd de tot het katholicisme bekeerde Jacobus II koning van Engeland. Niet zonder reden vreesde Willem een katholieke alliantie tussen Engeland en Frankrijk, waardoor de Republiek in de verdrukking zou raken. Kroonprins Die vrees werd versterkt door de geboorte van de Engelse kroonprins in juni 1688. (...) De jonge Prince of Wales kwam op een verdacht handzaam moment ter wereld. (...) In november 1688 trok Willem naar Engeland met een vloot van 500 schepen, twintigduizend goed geoefende soldaten en nog eens twintigduizend zeelieden en ander personeel. De troon viel hem gemakkelijk in handen, omdat Jacobus in paniek naar Frankrijk vluchtte. Bovendien vervulde Willem de wensen van een belangrijk deel van de Engelse bovenlaag. Hij beëindigde de absolutistische politiek van Jacobus door macht het parlement weer meer macht te geven en hij herstelde de Anglicaanse kerk als staatskerk. Destijds werd de kroning van Willem als een enorm succes voor de Republiek beschouwd. In werkelijkheid betekende het Engelse koningschap het begin van het einde, zegt Jardine. Het politieke zwaartepunt verschoof van de Republiek naar Londen, net als de rijkdommen van de Oranjes en belangrijke Nederlandse handelshuizen. De Republiek stagneerde, terwijl Engeland een wereldrijk opbouwde. In 1702 kwam aan de personele unie tussen beide landen weer een einde, toen Willem kinderloos stierf.


Het christendom schuift op naar elders
2007/12/24 in NRC p.1 door Herman Amelink

(...) De migranten staan voor een trend. In andere delen van de wereld neemt het aantal christenen toe. In 1900 woonde 69 procent van alle christenen in Europa, in 2010 zal dat percentage gedaald zijn naar 26 procent. In die periode steeg het aandeel van Latijns-Amerika van 10 naar 29 procent. In delen van Afrika en in sommige Aziatische landen groeit het christendom sterk, zoals in Zuid-Korea, de Filippijnen en China. (...) Van de wereldbevolking wordt een derde tot het christendom gerekend. Van de 2 miljard christenen behoort 25 procent tot charismatische en pinkstergroepen. Dertig jaar geleden was dat nog maar 6 procent. Het zwaartepunt van het christendom verschuift. In 1900 woonden 69 procent van alle christenen in Europa. In 2010 zal dat 26 procent zijn. Het aantal rooms-katholieken dat in Nederland wekelijks naar de kerk gaat daalde van 418.000 in 2001 naar 322.000 in 2006, volgens het onderzoeksinstituut Kaski. China telde in 1949 1,3 miljoen christenen die bij een kerk hoorden, tegen 130 miljoen nu.


Pluriformiteit doet pijn die we moeten leren verduren
2007/05/26 in VK p.B5 door Jos de Mul

(...) In Tijd van onbehagen (2004) betoogt Ad Verbrugge zelfs dat de religie de kern van een gemeenschap is en dat een volk zijn bezieling en levenskracht verliest wanneer die heilige kern verdwijnt. (...) Religieus fundamentalisme wordt ingeruild voor marktfundamentalisme. Verval van normen en waarden en nihilisme zijn het resultaat. (...) Er zijn goede redenen om de terugtrekking van de religie uit de publieke ruimte niet alleen maar te betreuren. De geschiedenis leert dat religies niet alleen een bron van sociale cohesie zijn, maar ook van grof geweld. (...) Bovendien hebben de monotheïstische godsdiensten en concurrerende stromingen daarbinnen in hun lange geschiedenis – van de kruistochten en de Europese godsdienstoorlogen tot aan de huidige burgeroorlog tussen soennieten en sjiieten in Irak – vele oorlogen tegen elkaar en zichzelf gevoerd. Dat is niet toevallig: het geloof in één God markeert ook het begin van het geloof in één waarheid en één moraal. Met het monotheïsme begint de geschiedenis van de religieuze intolerantie. (...) De oplossing die ik bepleit, is Nederland om te vormen tot een 'polytieke staat', een verlicht polytheïstisch staatsbestel. De geschiedenis van Europa leert dat het polytheïsme een cruciale bijdrage heeft geleverd aan het ontstaan van de pluralistische democratische rechtsstaat. Het is niet toevallig dat de Atheense democratie in een polytheïstische cultuur tot ontwikkeling is gekomen. Polytheïsme bestaat in de scheiding van goddelijke machten en deze scheiding garandeert de mens individuele vrijheid en speelruimte. Wie slechts één religieus of politiek verhaal mag delen, staat er slecht voor. Waar we de moderne totalitaire politieke en wereldbeschouwelijke ideologieën kunnen beschouwen als de seculiere gestalten van het intolerante monotheïsme, daar is de moderne trias politica en de pluralistische democratie de verlichte erfenis van het tolerante polytheïsme. (...) Men kan dit afwijzen als een koehandel in principes, maar dan miskent men dat compromissen sluiten de kern vormt van een democratische rechtsstaat. (...) (...) Maar zolang niet aan het geweldsmonopolie van de staat wordt getornd, is dat te verkiezen boven een spierballenbeleid dat fundamentalisme uitlokt en – zoals dat gaat in tragedies – het tegengestelde bewerkstelligt van wat het nastreeft. Wil de staat de loyaliteit van zijn burgers verwerven en behouden, dan is het noodzakelijk dat hij de pluriformiteit van religies en levensbeschouwingen daadwerkelijk erkent. Eén van de belangrijkste redenen dat het multiculturele en -religieuze Romeinse rijk gedurende vele eeuwen een grote mate van interne stabiliteit en economische en culturele voorspoed kende, was gelegen in de manier waarop de Romeinen met cultuur en godsdienst omgingen. Wanneer de ingelijfde volkeren de keizer erkenden en de daarbij behorende plichten vervulden, stond niet alleen het Romeinse staatburgerschap voor hen open, maar werden ook hun goden opgenomen in het Romeinse Pantheon. (...) Jos de Mul is hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.


Zo ver weg en toch zo dichtbij
2007/05/11 in NRC p.31 door Siep Stuurman

(...) Kennis van de geschiedenis van andere civilisaties is in toenemende mate noodzakelijk om de wereld waarin wij nu leven te begrijpen. China is nog altijd exotisch en ver weg, maar het is ook een opkomende macht in de economie en de wereldpolitiek, en dus dichtbij. De huidige belangstelling voor wereldgeschiedenis heeft iets te maken met deze gevoelsmatige spanning tussen ver weg en dichtbij. Maar ook met de fascinatie met grote vragen. Zo werpt Diamond de vraag op waarom de vroege grote civilisaties allemaal in de Oude Wereld ontstaan zijn, en niet, of pas veel later, op het Amerikaanse continent. En hij komt met een redelijk overtuigende verklaring voor deze structurele ongelijkheid in de wereldgeschiedenis. Volgens hem waren het ecologische en sociaal-geografische factoren, zoals de beschikbaarheid van domesticeerbare dieren en de aanwezigheid van meerdere concurrerende samenlevingen in uitgestrekte, van oost naar west lopende klimaatzones, die de doorslag gaven. (...) Later heeft McNeill zelf twee kritiekpunten op zijn eigen boek naar voren gebracht. Ten eerste was het toch nog te eurocentrisch, en zou hij nu de centrale rol van China in de periode 500-1500 meer benadrukken. Het tweede punt is methodisch. McNeill zou nu het vloeiende, open karakter van civilisaties meer beklemtonen. Uiteindelijk zijn civilisaties geen dingen met scherp afgebakende grenzen, maar constructies waarmee de historicus een ordening aanbrengt in de oceaan van historische gegevens. (...) In de traditionele Europese geschiedenis doken de Hunnen, de Magyaren en de legers van Genghis Khan als woeste horden uit het niets op. Tegenwoordig is het gebruikelijk de migraties van de steppenomaden in verband te brengen met de push- en pull-factoren die over de gehele breedte van Eurazië werkten. Zo worden de westwaartse bewegingen van de nomaden verklaarbaar uit de druk van het expanderende China, een verband waar voor het eerst op werd gewezen door de excentrieke Amerikaanse historicus Frederick Teggart (Rome and China, 1939). Ook het beeld van woeste galopperende horden is inmiddels gecorrigeerd. De militaire coördinatie over grote afstanden waartoe de Mongoolse legers in staat waren, werd in Europa pas in de late 19de eeuw geëvenaard. Tenslotte is er meer waardering voor de positieve, vreedzame rol die de steppe-imperia speelden in het faciliteren van de communicatie tussen het oosten en het westen van Eurazië. De kunsthistoricus Rudolf Wittkower sprak al dertig jaar geleden van de Pax Mongolica (Allegory and the Migration of Symbols, 1977). (...) Het tijdvak van de 15de tot de 20ste eeuw wordt traditioneel getypeerd als de Era van Europa in de wereldgeschiedenis. (...) Darwin zet grote vraagtekens bij dit finalistische beeld van de moderne geschiedenis. Ten eerste wordt de Europese suprematie van de late 19de eeuw veel te gemakkelijk teruggeprojecteerd op de vroeg moderne tijd. Met uitzondering van enkele delen van Brits-Indië waren de Europese koloniën in Azië en Afrika voor 1800 niet veel meer dan handelsnederzettingen en militaire bases aan de kusten. (...) Een tweede punt van kritiek betreft de macht van Europa. Het terugprojecteren vanuit de 19de eeuw produceert gemakkelijk een anachronistisch beeld van de vier eeuwen daarvoor. Een geïnformeerde, onpartijdige waarnemer zou omstreeks 1400 waarschijnlijk voorspeld hebben dat de economische en politieke kracht van China verder zou toenemen en dat het Chinese Rijk in de afzienbare toekomst de dominante macht in Eurazië, en daarmee in de wereld, zou blijven. Het is goed denkbaar dat zon waarnemer de islamitische wereld de tweede plaats op zijn ranglijst had gegeven, terwijl Europa pas op de derde plaats was gekomen. De islamitische wereld strekte zich toen uit van Noord-Afrika tot India en de binnen-Aziatische grenzen van China. De grootste en rijkste steden op aarde lagen in China en in de wereld van de islam. China was bovendien het land waar de ambachten en de technologie de hoogste graad van perfectie hadden bereikt. Darwin erkent dat de maritieme expedities van de Europeanen vanaf het einde van de 15de eeuw grote betekenis hadden, maar dat hadden ze vooral omdat de keizer in 1431 een einde maakte aan de maritieme expansie van China in de Indische Oceaan. De Chinese schepen die omstreeks 1420 onder admiraal Cheng-ho naar India en Afrika voeren, waren groter dan alles wat de Europeanen toen konden bouwen. Aan de technologie lag het dus niet. Het was een politieke beslissing, ingegeven door het belang van de binnen-Aziatische grenzen, die de groei van China als zeemacht in de kiem smoorde. Omstreeks 1750 was het nog geenszins een uitgemaakte zaak dat Europa de rest van de wereld economisch zou overvleugelen. Tot aan de 19de eeuw ontbrak het de Europeanen aan de middelen en de politieke wil om de ontwikkeling van de Afrikaanse en Aziatische staten meer dan marginaal te beïnvloeden. (...) De westerse factor ging pas een rol van betekenis spelen na de Opiumoorlogen en de Amerikaanse interventie in Japan in het midden van de 19de eeuw. Hetzelfde geldt voor de Russische invloed in Centraal Azië. (...) John Darwin: After Tamerlane.The Global History of Empire.Allen Lane, 575 blz. euro 42,99


Natuurlijke, zelfgekozen dood. Het kan gruwelijk zijn
2007/04/30 in NRC p.1 door Jannetje Koelewijn

(...) Boudewijn Chabot (65), psychiater in Haarlem, noemt wat hij heeft onderzocht auto-euthanasie: mensen die in samenspraak met familie of vrienden sterven door te stoppen met eten en drinken, of door een zelf verzamelde overdosis medicijnen te slikken. Bewust en weloverwogen, en niet omdat ze dement zijn of terminale kanker hebben. In Nederland gebeurt het per jaar zeker 4.400 keer volgens de voorzichtigste schattingsmethode die Chabot gebruikt heeft. Euthanasie gebeurt 3.800 keer per jaar. (...) U dacht dat auto-euthanasie ongeveer 200 keer per jaar zou voorkomen. (...) Circa 1.600 mensen sterven door medicijnen en 2.800 door te stoppen met eten en drinken. Van die laatste groep was 80 procent ouder dan 60 jaar. Bij de andere methode was dat 40 procent. (...) De helft van al die mensen had om euthanasie gevraagd, maar die niet gekregen. Chabot stelde vast dat auto-euthanasie bijna altijd wordt geregistreerd als een natuurlijke dood, omdat het er meestal ook zo uitziet. Nabestaanden noemen auto-euthanasie bijna nooit zelfdoding. (...) Als mensen er uit woede mee beginnen en niet weten hoe ze het moeten doen, kan het beloop gruwelijk zijn. Maar als de mondverzorging goed is, en doorligwonden worden voorkomen, en er zijn wat pilletjes tegen pijn en om te slapen, dan kan het draaglijk zijn. (...) Met de goede informatie kun je het helemaal zelf. Een vernevelaar om je mond vochtig te houden kun je zo kopen. Aan een goede matras komen is ook niet moeilijk. Slaaptabletjes zijn altijd wel te krijgen. Het is handig om te weten dat het voor de een prettiger is om in één keer met alles te stoppen, en voor de ander om het geleidelijk aan te doen. Je kunt in het begin toch nog wat blijven drinken. Het gevoel van honger zal snel verdwijnen. Bij dorst verschilt dat van mens tot mens. (...) Bij beide manieren van auto-euthanasie had 20 tot 30 procent van de overledenen wel gebreken, maar geen ernstige of dodelijke ziekte. (...)


Hoe de Oranjes Brabant stalinistisch platbrandden
2007/04/28 in NRC p.54 door Cor van der Heijden en Joris Dierendonck

(...) De Amsterdamse onderzoeker Leo Adriaenssen heeft zojuist een diepgaand onderzoek afgerond, waarop hij in het najaar hoopt te promoveren. Dat in de zestiende en zeventiende eeuw de zuidelijke provincies van het huidige Nederland vaak als slagveld fungeerden, was al wel bekend. Dat muitende soldaten - met plunderingen en verkrachtingen als specialiteit - een plaag waren voor het platteland is evenmin een nieuw gegeven. Adriaenssen maakt nu echter duidelijk dat deze excessen geen uitzonderingen of bedrijfsongelukjes waren, maar juist onderdeel van de militaire strategie én dat de Oranjes hiervoor persoonlijk de verantwoordelijkheid dragen, de Vader des Vaderlands voorop. Vanaf 1579 tot de uiteindelijke inname van s-Hertogenbosch in 1629, zo betoogt Adriaenssen, lanceerden de Staatse troepen systematisch verschroeide-aardecampagnes. (...) Het voor het promotieonderzoek verrichtte rekenwerk leverde als uitkomst op dat tussen 1580 en 1605 de bevolking van de Meierij van s-Hertogenbosch met niet minder dan 68,5 procent afnam. Toen ik in de geschiedenis op zoek ging naar vergelijkbare voorbeelden, kwam ik uit bij hetgeen Stalin in de jaren 1932-1933 in de Oekraïne liet uitvoeren. (...) Volgens Adriaenssen mag het optreden van de Staatse troepen in de Meierij zonder overdrijving óók een vorm van genocide worden genoemd. Tijdens het bestuderen van archiefstukken werd te vaak expliciet melding gemaakt van toestemming van de Prins van Oranje of werd zijn fiat als een voorwaarde gesteld. (...)


Het was gewoon burgeroorlog in de Lage Landen
2007/03/29 in NRC p. door Dirk Vlasblom

Nederlands verzet tegen Spaanse onderdrukkers. Dat is sinds de negentiende eeuw het beeld van de Tachtigjarige Oorlog. Toch vochten Nederlanders vooral tegen elkaar. (...) Henk van Nierop, hoogleraar Nieuwe Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, werkt aan een boek waarin hij argumenten aanvoert voor deze omstreden, want niet heel heroïsche karakteristiek van De Opstand. (...)


Carter en Clinton zoeken het hogerop
2007/01/12 in FD p.2

De vroegere Amerikaanse presidenten Jimmy Carter en Bill Clinton (foto) willen volgend jaar een eigen, progressieve baptistenkerk oprichten. Het kerkverband moet een tegenwicht vormen tegen de Zuidelijke Baptisten, de grootste protestantse kerk in de Verenigde Staten, die op theologisch en politiek vlak steeds conservatiever is geworden. De beide Democratische oud-presidenten hopen dat hun kerk begin 2008 kan beginnen. Zij zijn lid van de Zuidelijke Baptisten met veertig miljoen leden.


De ijzeren horde
2006/12/16 in NRC p.49 door Dirk Vlasblom

Een eeuw voordat Djenghis Khan een rijk stichtte van de Stille Oceaan tot de Donau beleefde Mongolië een doorbraak in de techniek van het ijzer maken. (...) Maar ook de techniek droeg bij aan de vestiging van dit grootste rijk ooit. De Mongoolse ruiterij was niet alleen uiterst mobiel, de wapens - pijlen, lansen, zwaarden en donderbussen - en de pantsering van mannen en paarden waren gemaakt van een superieure kwaliteit ijzer. (...)


`Proces Saddam was oneerlijk`
2006/11/20 in NRC p.5 door AFP

New York, 20 nov. Het proces tegen de afgezette Iraakse leider Saddam Hussein wegens misdaden tegen de menselijkheid tegen tegen shi`itische inwoners van Dujail was dermate gemarkeerd door onregelmatigheden dat het (dood)vonnis zou moeten worden vernietigd. Dat meldt de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch in een vandaag gepubliceerd rapport. Het rapport, Judging Dujail (www.hrw.org), is gebaseerd op waarneming van het proces en interviews met rechtbankfunctionarissen, advocaten en andere belangrijke partijen. Saddam werd 5 november tot de strop veroordeeld.


Het andere oude Amerika
2006/03/21 in NRC Handelsblad p.8 door Dirk Vlasblom

Charles C. Mann bracht de verzamelde stukjes van de pre-Columbiaanse puzzel bijeen in een boek. "Het ene na het andere ingesleten beeld van het oude Amerika kan in de prullenbak.” (...) "Een meerderheid van onderzoekers meent dat de eerste mensen 20.000 à 35.000 jaar geleden naar Amerika kwamen. Schattingen van aantallen ‘indianen’ op het moment dat Columbus landde, schommelen nu rond 60 miljoen. Verder drukte de Amerikaanse mens een dramatische stempel op het milieu. (...) "Onder archeologen wordt nu hooguit nog gedebatteerd over het percentage van het Amazonebekken dat ooit door mensen is beplant. De schattingen variëren van 25 tot tegen de 100 procent. (...) Deze rijke en dichtbevolkte wereld stortte ineen na de komst van de Europeanen, vooral door de verwoestende werking van de pokken en andere Europese ziekten, waartegen de inheemse bevolking geen weerstand had.


Nicolaï: r&d-investeringen schieten schromelijk tekort
2006/03/10 in Financieele Dagblad p.3

(...) Het Europese gemiddelde bedraagt momenteel 1,9 procent. Nederland zit daar met 1,7 procent onder. Daarvan komt ongeveer 0,85 procentpunt van de Nederlandse overheid. (...)


Ja, ik ben gevraagd
2004/10/22 in NRC Handelsblad p.19 door Karel Berkhout

(...) Jarenlang was de P.C. Hooftprijs (een oeuvreprijs) de enige literaire prijs met een groot (financieel) gewicht. Na de eerste Libris-prijs (proza) in 1987 is een heel prijzencircuit ontstaan: de Buddingh'-prijs voor poëziedebuten (1988), de AKO Literatuurprijs voor fictie en non-fictie-boeken (1994) en de VSB Poëzieprijs (1994) voor dichtbundels. (...) Deze juryleden zijn overwegend mannen, geboren in de oorlogsjaren en in het decennium daarna en vaker schrijver of dichter dan literatuurwetenschapper of -criticus. Bij de echte top - met drie of vier van de vijf jury's - houden mannen en vrouwen elkaar in evenwicht en overheerst de 'baby boom'-generatie. Tot deze generatie horen ook de drie super-juryleden van de afgelopen zeventien jaar: Rob Schouten (1954), Elsbeth Etty (1951) en Gillis Dorleijn (1951), hoogleraar letterkunde in Groningen. Dorleijn:"Het is een inteeltwereld van mensen die elkaar kennen." (...) Dat is een herkenbaar patroon. Van de 230 gevonden juryleden zijn 33 ooit zelf genomineerd voor of bekroond met de prijs die ze mogen toekennen. (...)

De top-40 van de belangrijkste literaire jury-leden
JuryledenVakJurylid voor prijsOverige jury's
 PC HooftLibrisAko Lit.VSB PoëzieBuddingh' 
Zitting in 4 van de 5 geselecteerde jury's
1 R.Schoutenj199419952004 19939#
2 E.Ettyj199819992002/20042000  6##
3 G.Dorleijnw1991,19991994 1997,2002-2003 19993###
# waaronder Ida Gerhardt Poëzieprijs, Dunya Poëzieprijs en Herman Gorter-prijs
## waaronder Burken Huet-prijs, Debutantenprijs en Rabobank Lenteprijs
### Jan Hanlo Essayprijs, Prijs der Nederlandse Letteren en Herman Gorter-prijs
Zitting in 3 van de 5 geselecteerde jury's
4 T.van Deelj20011996 1997/1998 12
5 M. De Vosj19972001 1996 10
6 A.Van den Bergd1987/20002004  19886
7 W.van den Akkerw20001996 1998/99 4
8 A.Enquistd1994  200019934
9 M.Reintsd1999  200419954
10 D.Van Halsemaw19941997  20003
11 E.Jansmad2000  19971996/983
12 A.Brassingad19911994 2001 2
13 A.Neefjesj20011998  20010
Zitting in 2 van de 5 geselecteerde jury's
14 K.Fensj1992  2001-02 17
15 H.Bremsw 2003 1994 15
16 A.Zuiderentd1988/2000  1993-04  13
17 N.Matsiers19962000   8
18 B.van der Polv2004  1994 8
19 J.Bernlefs 1988  19887
20 W.van Toorns 2001   7
21 B.Vervaeckw2001 98/01  7
22 Y.van Dijkj   199819996
23 P.Noblev20041995   6
24 C.Peetersj19932002   6
25 X.Schuttej19962000   6
26 W.Otterspeerw199398/99/01   5
27 W.Kustersd1988/2003  94/95 4
28 A.Mertensj19901993   4
29 M.Doormand1996   20043
30 J.Fontijnw19962000   3
31 M.Stitoud   200020033
32 A.Truijensj2001  94/99/00  3
33 H.de Graafs19891998  2
34 E.Menkveldd2003  2003 2
35 H.Oosterhuisd1997  1994 2
36 A. Benalis 2004 2003 1
37 G.Boomsmas19951997   1
38 J.Borréj 199202/03/04  1
39 M.Februaris1999  2004  1
40 T.Vaessensw   200420020
Vak: s=schrijver, d=dichter, w=wetenschapper, v=vertaler

Invloed Statenbijbel op ABN was beperkt
2004/09/29 in NRC Handelsblad p.3 door Ewoud Sanders

(...) In feite heeft het Duits bij de standaardisering van het Nederlands een grotere rol gespeeld dan het Vlaams. Tot deze conclusie komt de taalkundige Nicoline van der Sijs in het boek Taal als mensenwerk. Het ontstaan van het ABN, dat vandaag verschijnt. Het ABN is ontstaan in de Renaissance, vooral vanaf het einde van de zestiende eeuw. Na de val van Antwerpen in 1585 (...) Vanaf omstreeks 1620 vergaderden schrijvers als Hooft en Vondel en verschillende grammatici over de regels waaraan de nieuwe standaardtaal moest voldoen. In Nederland woonden en werkten in de tijd dat het ABN vorm kreeg, veel Duitsers. Bij de taalmeesters stonden Duitse grammatica's en woordenboeken bovendien in hoog aanzien. (...)