| Sector | RvB | 3e LAAG | RvC/RvT | Bron | Aantal | |||||||||
| % | % | % | organisaties | |||||||||||
| 2000 | 2006 | 2000 | 2006 | 2000 | 2006 | |||||||||
| Bedrijven | 1,9 | 3,1 | 11,9 | 14,6 | 7,4 | 8,5 | Elite Group | 100 | ||||||
| SCP | 250 | |||||||||||||
| Universiteiten | 5 | 9 | OCW/VSNU | |||||||||||
| hoogleraren | 6 | 10 | ||||||||||||
| Soc.ec.non-profit | 14 | 25 | 18 | 34 | 12 | 21 | SCP | 73 | ||||||
| Zorg/welzijn | 25 | 34 | 60 | 52 | 25 | 30 | SCP | 131 | ||||||
| Maatschappelijk | 16 | 31 | 33 | 45 | 13 | 25 | SCP | 74 | ||||||
| Politiek | BiZa/BZK | |||||||||||||
| tweede/eerste kamer | 34 | 39 | 28 | 29 | ||||||||||
| Ministers | 27 | 33 | ||||||||||||
| Raad van State | 21 | 25 | ||||||||||||
| Ext. Adviesorganen | 25 | |||||||||||||
| Zelfst.Best.Organen | 6 | 3 | ||||||||||||
| Secr.-Generaal | 8 | 8 | ||||||||||||
8 Politieke en maatschappelijke besluitvorming
8.7 Slotbeschouwing
Aandeel vrouwen in de top van arbeidsorganisaties neemt
toe
Terwijl de totale arbeidsdeelname van vrouwen in Nederland in de afgelopen jaren gelijk is gebleven, is hun aandeel in topfuncties in het bedrijfsleven, de non-profitsector en de maatschappelijke organisaties gegroeid. In alle sectoren nam het percentage vrouwen toe in de raden van bestuur, directies of vergelijkbare organen. Het aandeel in toezichthoudende organen nam eveneens toe in het bedrijfsleven en de sociaaleconomische sector, maar bleef ongeveer gelijk in de zorg- en welzijnsector en de maatschappelijke organisaties. In de onderwijssector is in alle soorten onderwijs het aantal vrouwen in leidinggevende functies toegenomen.
Het hoogst is, zoals vanouds, de vertegenwoordiging van vrouwen in de top van de zorg- en welzijnsector en van de maatschappelijke organisaties: (bijna) een op drie topfunctionarissen is vrouw. Nog steeds buitengewoon laag, ondanks de stijging, is hun aandeel in de top van grote bedrijven: 6%. Ook het aandeel vrouwelijke hoogleraren steekt met 10% ongunstig af bij de rest van de onderwijssector, en bij andere sectoren. De sociaaleconomische non-profitsector neemt met 21% vrouwen een tussenpositie in. Bovendien is er in deze sector sinds 2000 voortdurend groei geweest in het aandeel topvrouwen. In de andere sectoren is er over een langere tijd bezien sprake van fluctuaties.
Weinig veranderingen in positie van vrouwen in de
politiek
In de positie van vrouwen in politieke functies zijn er minder veranderingen opgetreden. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen is het aandeel vrouwelijke raadsleden licht gestegen van 24% naar 26%. Ook in de nieuw gevormde colleges is het aandeel vrouwelijke wethouders weinig gegroeid (van 17% naar 18%) ten opzichte van de voorgaande collegeperiode. De inspanningen van het kabinet om politieke partijen te wijzen op het belang van een gemengde kandidatenlijst en de oproep aan kiezers om op een vrouwelijke kandidaat te stemmen, hebben niet veel opgeleverd. Wel is het aantal vrouwelijke allochtone gemeenteraadsleden duidelijk toegenomen.
In de landelijke en Europese politiek is de vertegenwoordiging van vrouwen al enige tijd redelijk (kabinet) tot goed (Tweede Kamer en Europees Parlement) te noemen. Ook vergeleken met andere Europese landen steekt Nederland met het aandeel vrouwelijke ministers en Tweede Kamerleden gunstig af. Het is wel zaak de aandacht voor de positie van vrouwen in de komende kabinetsformatie vast te houden.
Steeds meer vrouwelijke rechters
Het openbaar bestuur geeft een divers beeld te zien. In de rechterlijke macht gaat de opmars van vrouwen onverminderd voort. Zij vormen nu bijna de helft van de rechters en officieren van justitie. Als deze lijn zich voortzet, is het waarschijnlijk dat in 2010 de man-vrouwverhouding in de magistratuur fiftyfifty is.
De vertegenwoordiging van vrouwen in organen als de Raad van State en de Algemene Rekenkamer is lager, maar vertoont wel duidelijk groei. Buitengewoon weinig vrouwen zijn er te vinden in de zelfstandige bestuursorganen (3%) en in de top van het politiekorps (11%) en daarin is geen of weinig verandering te bespeuren.
In de ambtelijke top zijn vrouwen nog veruit in de minderheid. Op gemeentelijk en provinciaal niveau geldt dat nog wat sterker (rond 10%) dan bij de rijksoverheid (17%). Daar is het aandeel vrouwen onder de hogere ambtenaren wel aan het toenemen. Bij de waterschappen daarentegen zijn vrouwen momenteel geheel afwezig als secretaris.
Glazen plafond bestaat nog steeds, maar wordt wel dunner
Ondanks een groeiend aandeel vrouwen in de politieke en maatschappelijke besluitvorming, is er nog vrijwel nergens sprake van evenredigheid. Het aandeel vrouwen in de top komt dus bijna nooit overeen met het aandeel vrouwen onder alle werknemers in de desbetreffende sector of onder de bevolking. Het glazen plafond – een verzamelnaam voor belemmeringen voor de doorstroom van vrouwen naar de top – bestaat nog steeds, maar is wel dunner geworden. Zulke belemmeringen hebben bijvoorbeeld te maken met de wijze waarop topfunctionarissen en bestuurders worden geworven; veelal worden kandidaten geworven uit het eigen netwerk.
Of zulke belemmeringen zich (sterker) voordoen in de doorstroom van allochtone vrouwen, is op basis van het beperkte cijfermateriaal moeilijk te zeggen. In ieder geval is duidelijk dat ze nog maar weinig te vinden zijn in de topfuncties. In de non-profitsector en maatschappelijke organisaties behoren deze topvrouwen, voor zover aanwezig, overwegend of merendeels tot de etnische minderheden. In het bedrijfsleven zijn de allochtone topvrouwen afkomstig uit andere westerse landen én uit de minderheden.
Uit: Emancipatiemonitor 2006 SCP(…)